Hoofdstuk 5 Academisering

5.1 Overzicht volgens aanbieding

5.1.1 Tweede jaar

Nummer Link Vraag
1 Link Welke criteria bestaan voor een extraorale incisie als drainage voor dentoalveolaire abcessen in de onderkaak
2 Link Letsels aan de nervus alveolaris interior bij mond of kaakchirurgische ingrepen: incidentie en onderzoek van de patiënt?
3 Link Bespreek de behandeling van een patiënt met dreigende obstructie van de luchtweg tengevolge van zwelling
4 Link Hoe frequent treedt schade op van de nervus lingualis bij verwijdering van derde molaren in de onderkaak?
5 Link Hoe zou jij handelen bij het vaststellen van een anesthesie in het bezenuwingsgebied van de nervus lingualis, nadat een derde ondermolaar verwijderd werd?
6 Link Heelkunde van de sinus maxillaris: methoden en verwikkelingen
7 Link Replantatie van hoektanden: principe en prognose
8 Link Classificatie van de cysten: prognose en behandeling
9 Link Aan welke voorwaarden moet botvervangend materiaal voldoen?
10 Link Bespreek het verschil tussen een manifeste en een potentiele infectieuze focus en hoe zul je hiermee omgaan wanneer een kans bestaat op het ontwikkelen van endocarditis?
11 Link Hoe benader je de klacht van chronische pijn in de maxillaire sinus? Bespreek ook de differentiële diagnose van de mogelijke pathologie?
12 Link Bespreek de indicaties voor tandkiemtransplantatie en geef enkele voorbeelden
13 Link Hoe zou jij de mond en het restgebit voorbereiden bij een patiënt die radiotherapie zal ondergaan?
14 Link Hoe zou jij de mond en het restgebit voorbereiden bij een patiënt die in het kader van een oncologische behandeling van botmetastasen met XGEVA (denosumab) gaat behandeld worden?
15 Link Bespreek het onderzoek en de behandeling van een patiënt met een zwelling in de sublinguale regio.
16 Link Behandeling van dentoalveolaire infecties?
17 Link Welke stappen en welke factoren zijn van belang bij het transplanteren van een tandkiem?
18 Link Welke symptomen wijzen in de richting van een keratocyste? Welk is de behandeling?
19 Link Wat is een Frey-syndroom?
20 Link Wat is fibreuze dysplasie en onder welk pathologietype zou jij deze afwijking onderbrengen?
21 Link Wat is een Nikolski-test, voor welke aandoening is zij specifiek als de test positief is?
22 Link Som de mogelijke oorzaken op voor beperking van de maximale mondopening
23 Link Som al de mogelijke oorzaken op voor gingiva-hyperplasie en welke behandeling kies je hiervoor
24 Link Wat weet je over actinomycose in het gelaat en in de hals?
25 Link Wanneer stel je een antibiotische behandeling in met profylactische of met therapeutische bedoeling? Hoelang dien je de antibiotica toe en welke antibiotica genieten de voorkeur?
26 Link Bespreek de classificatie van leukoplakie. Welk is de behandeling hiervoor en welke prognose hoort erbij?
27 Link Etiologie en behandeling (locaal en systemisch) van lichen planus?
28 Link Oorzaken voor droge mond (xerostomie)
29 Link Odontogene tumoren: classificatie, prognose en behandeling?
30 NA Bespreek de differentiële diagnose bij een zwelling in de halsregio
31 NA Hoe zou jij een acute Ludwig’s angina behandelen?
32 NA Som de meest belangrijke gevolgen op van radiotherapie, toegediend in de hoofd- en halsregio
33 NA De classificatie, de symptomen en de behandeling van dentoalveolaire infecties (abcessen) en de complicaties
34 NA Behandeling van osteomyelitis van de onderkaak?
35 NA Welke is de behandeling voor een recurrent ameloblastoma in het corpus mandibulae? = oa H46?
36 NA Bespreek het gebruik van antibiotica bij electieve mond-, kaak-en aangezichtsheelkunde
37 NA Bespreek de implicaties voor de chirurg bij de behandeling van een HIV of een hepatitis B positieve high risk patiënt
38 NA Etiologie en behandeling van infecties van de diepe cervicale ruimten.
39 NA Pathogenese en radiografische bevindingen bij een primair chronische osteomyelitis in de kaakbeenderen
40 NA Chirurgische behandeling van de kaak die door secundaire chronische osteomyelitis aangetast is.
41 NA De cyste van de ductus thyroglossus: pathogenese en behandeling
42 NA Keratocyste: diagnostische criteria en behandeling
43 NA Acute maxillaire odontogene sinusitis: klinisch voorkomen, diagnose en behandeling?
44 NA Welke oorzaken ken je die een beperkte mondopening tot gevolg hebben wegens een extra
45 NA Welke differentiële diagnose ken je voor een brandend gevoel in de tong?
46 NA Benoem de profylactische maatregelen die je toepast bij patiënten die radiotherapie ondergaan in de orofaciale regio
47 NA Bespreek de profylactische maatregelen die je treft bij patiënten die chemotherapie zullen ondergaan in de orofaciale regio
48 NA Bespreek de orale manifestaties van AIDS
49 NA Bespreek de differentiële diagnose bij faciale neuralgie
50 NA Hoe ontstaat schade aan de perifere zenuwen bij mond-, kaak-en aangezichtschirurgie? Welke diagnosemiddelen bestaan er? Welk is de prognose en de therapie?
51 NA Parese van de nervus facialis: etiologie, symptomen en therapie
52 NA Hoe en wanneer zou een iatrogeen letsel aan de nervus lingualis hersteld moeten worden?
53 NA Hoe en wanneer zou een iatrogeen beschadigde nervus alveolaris inferior hersteld moeten worden?
54 NA Welke maatregelen neem je wanneer een patiënt een vreemd voorwerp geaspireerd heeft? Welke maatregelen wanneer hij een vreemd voorwerp doorgeslikt heeft?
55 NA Hoe voer je een urgente cricothyrotomie uit?
56 NA Bespreek de fysiologie van hemostase. Welke redenen of oorzaken voor congenitale hemorragische afwijkingen ken je en wat is preferentieel voor een behandeling?
57 NA Bespreek de tandheelkundige richtlijnen voor extracties bij patiënten onder bloedverdunners
58 NA Hoe zou jij een acute allergische situatie behandelen?
59 NA Wat weet jij over urgente behandeling bij infectie en bloeding in de hoofd- en halsstreek?
60 NA Wanneer gebruik je CT, MRI, ultra-sonografie? Welke structuren of pathologie worden het best gevisualiseerd met welke techniek?
61 NA Welke radiologische tekens zijn er voor een fractuur van een breuk ter hoogte van het os zygomaticum?
62 NA Bespreek voor-en nadelen van CT, danwel magnetisch resonantie-onderzoek bij het stageringsonderzoek van mondkanker
63 NA Welke differentiële diagnose ken je bij radiologische densiteitsverschillen in de onderkaak?
64 NA Welke oppervlakkige veranderingen in de mondmucosa en welke onderliggende pathologie moet beoordeeld worden als precancereuze laesie of voorbeschikkend hiertoe?
65 NA Bespreek de epidemiologie en de nosologische aspecten van precancereuze laesies in de mondholte?
66 NA Etiologie van mondkanker?
67 NA Bespreek de acute medische problemen die kunnen ontstaan bij een zwaar getraumatiseerd gelaat, zoals bij slachtoffers van een verkeersongeval
68 NA Welke verwikkelingen kunnen ontstaan in de weke delen?
69 NA Noem de meest belangrijke oogletsels op die geassocieerd zijn met traumata in het middengelaat
70 NA Welke methode zou jij gebruiken om een oogletsel te identificeren?
71 NA Welke laattijdige verwikkelingen kan men verwachten bij een trauma van de kaakkop op jeugdige leeftijd? Welke maatregelen kun je nemen ter preventie hiervan?
72 NA Beschrijf de behandeling van een orbitale blow-out fractuur
73 NA Bespreek de classificatie van de fracturen van het collum mandibulae en van het kaakkopje. Welke behandeling stel je daarbij voor?
74 NA Bespreek de diagnose, maar ook de behandeling van onderkaakfracturen.
75 NA Bespreek de symptomen, de diagnose en de behandeling bij fracturen van het zygoma en de orbita
76 NA Bespreek de behandeling van onderkaaksfracturen in oudere tandeloze patiënten
77 NA Bespreek de verwikkelingen die kunnen optreden bij onderkaakstracturen
78 NA Bespreek de algemene principes bij de heelkundige behandeling van weke delen letsels
79 NA Bespreek de behandeling van een kaakkopfractuur bij kinderen
80 NA Bespreek de mogelijke ogenblikken voor behandeling en de chirurgische procedures bij onderkaaksfracturen
81 NA Bespreek de mogelijke ogenblikken voor behandeling en de chirurgische procedures bij Le Fort I, II en III fracturen
82 NA Bespreek de verwikkelingen van orbito-zygomatische fracturen
83 NA Bespreek de indicatie tot en beschrijf ook de verschillende typen interne en externe rigide fixatie bij gelaatsskeletfractuur
84 NA Hoe behandel je een unilaterale gedislokeerde fractuur van het collum mandibulae bij een kind en waarom?
85 NA Welke mechanismen zijn verantwoordelijk voor posttraumatische enoftalmie? Welke therapeutische mogelijkheden ken je?
86 NA Welke behandelingsopties heb je bij fracturen van de tandeloze bovenkaak?
87 NA Welke houding neem je aan wanneer er tanden of tandwortels in het verloop van de fractuurlijn liggen?
88 NA Behandeling van temporomandibulaire gewrichtsfracturen: chirurgische techniek?
89 NA Bespreek de verschillende behandelmodaliteiten voor condylaire fracturen van de onderkaak
90 NA Bespreek de mogelijke negatieve effecten van osteosynthesematerialen
91 NA Bespreek vroege complicaties en verwikkelingen die kunnen ontstaan bij oogkasfracturen
92 NA Bespreek de diagnose en de behandeling van naso-orbito-etmoïdale fracturen
93 NA Bespreek voor-en nadelen van de verschillende botfixatiemethoden die toegepast worden in mond-, kaak-en aangezichtschirurgie. Bespreek daarbij in detail de osteosyntheseplaten.
94 NA Welke zijn de indicaties voor een open reductie van een onderkaaksfractuur?
95 NA Welke behandelopties heb je bij fracturen van het bot dat de sinus frontalis vormt?
96 NA Welke behandelaanbevelingen zijn er en welke technieken bestaan in de behandeling van verse posttraumatische telecanthus?
97 NA Welke moeilijkheden kenmerken de behandeling van een fractuur ter hoogte van de processus alveolaris in de onderkaak?
98 NA Bespreek de primaire en de secundaire botheling bij breuken?
99 NA Diagnostische procedures bij pathologie van het temporomandibulair gewricht?
100 NA Welke diagnostische en therapeutische maatregelen kunnen genomen worden wanneer een acute closed lock optreedt?
101 NA Wat is het myofasciaal pijnsyndroom? Bespreek de therapeutische mogelijkheden.
102 NA Welke beeldvormingstechniek is volgens U het meest ideaal om interne ontregeling van het temporomandibulair gewricht te duiden?
103 NA Bespreek de oorzaken en de behandeling voor ankylose van het kaakgewricht
104 NA Bespreek de behandeling door middel van opbeetplaat bij temporomandibulaire aandoeningen
105 NA Bespreek de heelkunde voor interne ontregelingen van het kaakgewricht en voor kaakkopluxatie
106 NA Geef enkele indicaties voor het gebruik van een Z-plastiek
107 NA Functionele therapie bij aandoeningen van het kaakgewricht: indicaties en principes?
108 NA Bespreek de arthrotische aandoeningen van het kaakgewricht
109 NA Bespreek de habituele luxatie van het kaakgewricht. Hoe onderzoek je de patiënt en welke zijn de verschillende behandelmethoden?
110 NA Bespreek de diagnose en de behandelmogelijkheden voor luxatie van de discus articularis in het kaakgewricht
111 NA Welke klinische bevindingen kan men aantreffen bij pijn in en random het kaakgewricht.
112 NA Welke indicaties zijn er voor heelkunde wanneer interne ontregeling van het kaakgewricht gesteld is?
113 NA Geef een lijst van alle mogelijke onderzoeksmethoden en technieken die noodzakelijk zijn om een gedetailleerde diagnose te stellen van afwijking in de kaakrelatie bij extreme overontwikkeling van de onderkaak. Licht dit toe.
114 NA Wat weet je over de incidentie van condylaire resorptie, optredend na orthognatische heelkundige correcties?
115 NA Geef een kort overzicht van de verschillende fixatie-en osteosynthesemogelijkheden? Wat is hun statistische stabiliteit, danwel relapsprognose? Welke zijn de respectievelijke voor-en nadelen?
116 NA Bespreek de verschillende types van onderkaaksosteotomie en geef daarbij indicaties aan.
117 NA Bespreek de verwikkelingen die kunnen optreden bij bilaterale sagittale osteotomie van de opstijgende kaaktak.
118 NA Bespreek de verwikkelingen die kunnen optreden bij bovenkaaksosteotomieën op het niveau Le Fort I.
119 NA Bespreek asymmetrie van het gelaat: de ontwikkelingsstoornissen en verworven afwijkingen
120 NA Bespreek de principes die gebruikt worden bij het plannen van een osteotomie
121 NA Welke veranderingen treden op met betrekking tot de neus bij osteomieën van de bovenkaak, niveau Le Fort I?
122 NA Welke factoren beïnvloeden de relaps bij orthognatische onderkaaksheelkunde?
123 NA Bespreek de indicaties voor een sagittale splitsingsosteotomie van de onderkaak
124 NA Welke zijn de belangrijke punten, lijnen en hoeken die berekend kunnen warden bij een patiënt met kaakrelatie-afwijkingen? Welke rol spelen deze waarden bij het finale plan tot heelkunde?
125 NA Welke veranderingen in het profiel warden teweeggebracht wanneer een bovenkaaks
126 NA Welke zijn prognostisch goede, respectievelijk ongunstige technieken om een open beet te sluiten?
127 NA Welke gevolgen voor de spraak kunnen ontstaan bij bovenkaaksosteotomieën, type Le Fort I, waarbij het dentopalataal segment naar voor verplaatst wordt?
128 NA Welke verwikkelingen kunnen ontstaan bij een verlengingsosteotomie van de onderkaak door middel van sagittale splitsing in de regio van de kaakhoeken?
129 NA Diagnostische procedure bij zwelling van de speekselklieren
130 NA Bespreek het onderzoek van speekselkliertumoren
131 NA Bespreek de preventie en ook de behandeling van het Frey-syndroom
132 NA Welke systeemaandoeningen hebben een duidelijke weerslag op de speekselklieren?
133 NA De speekselkliertumoren: classificatie, histologie en prognose?
134 NA Wat is het syndroom van Sjogren en hoe wordt het gediagnosticeerd?
135 NA Bespreek de anatomische structuren en referentiepunten die belangrijk zijn bij het verwijderen van een onderkaaksspeekselklier
136 NA bespreek de hiërarchie van stabiliteit na orthognatische ingrepen
137 NA bespreek het voorkomen en de oorzaken van hypodontie
138 NA bespreek hyperodontie binnen mka
139 NA Wat is het belang van abfractie, erosie, attritie, abrasie voor de mka-arts
140 NA Bespreek de degeneratieve aandoeningen van het kaakgewricht
141 NA Bespreek de kliniek en de behandeling van cluster headache
142 NA Bespreek de verschillende vormen van osteopetrose. Wat zijn de orale afwijkingen bij osteopetrose?
143 NA Bespreek de pijnloze ulcera in de mond
144 NA Bespreek de verschillende vormen van het syndroom van Lyell
145 NA Bespreek de ANUG (kliniek, oorzaak, verloop, behandeling, diff. diagnose)
146 NA Bespreek de verschillende vormen van ranula, de diff. diagnose, de prognose/recidief, de behandeling
147 NA Bespreek de sialoadenosen
148 NA Bespreek de rol van spierrelaxantia, antiepileptica en antidepressiva in de behandeling van TMJ-stoornissen
149 NA Bespreek de kieuwboogafwijkingen van de hals
150 NA Bespreek de kliniek en behandeling van AV-malformaties van het lymfatische type thv. de tong
151 NA Bespreek het mechanisme van verkleuringen van de mondmucosa en van pigmentaties
152 NA Bespreek de risicofactoren voor het ontstaan van een harige tong
153 NA Bespreek de behandelingskeuzes voor de ingesloten hoektand in de bovenkaak
154 NA Bespreek de kliniek en behandeling van een dished in fac
155 NA Bespreek de visusstoornissen bij fracturen van het middengelaat
156 NA Welke aandoeningen veroorzaken korsten op de lippen?
157 NA Bespreek de systemische afwijkingen en syndromen met gepigmenteerde melanocytische laesies
158 NA Bespreek de transportroute en het infectierisico door hepatitis virussen in de mka-praktijk evenals de voorzorgsmaatregelen en incubatietijd
159 NA Bespreek het kiemdodend effect van alcoholen versus peroxiden
160 NA Bespreek de risicoklassen van Spauling mbt tot het decontaminatieniveau van instrumenten
161 NA Welke comorbiditeiten verhogen in MKA het risico op een thrombose?
162 NA Wat is de rationale om NOAC’s te stoppen de dag van de ingreep?
163 NA Bespreek bridging in de MKA-praktijk en geef een schema
164 NA Bespreek kenmerken, indicaties en contra-indicaties van verschillende topische hemostatica
165 NA Hoe behandel je nabloedingen na extracties in de MKA-praktijk
166 NA Bespreek de systemische en erfelijke factoren van impacties van hoektanden
167 NA bespreek de uniloculaire vs multiloculaire radiolucenties die zich pericoronair bevinden bij ingesloten tanden
168 NA Bespreek de effectieve stralingsdosis van een rx apicaal, een rx opg en een CBCT (kleine vs grote FOV)
169 NA Wat zijn de oorzaken van een moon-facies. Welke patiënten zijn ad risk?
170 NA Bespreek de behandeling van fracturen van de achterwand van de sinus fontalis
171 NA Wat is de work-up van een lymfadenopathie in de hals?
172 NA Bespreek de behandeling van de lingua villosa
173 NA Wanneer spreek je van flegmone, wanneer van cellullitis (vergelijk de terminologie in de Amerikaanse, Franse, Nederlandse en Belgische MKA-literatuur)
174 NA Bespreek de etiologie, anatomische grenzen, symptomen en evolutie van een latero-faryngeale flegmoon
175 NA Bespreek de type 1, 2, 3 NOE fracturen volgens Markowitz.
176 NA Bespreek de oorzaken, diagnose en behandeling van een liquorlek bij midfaciale fracturen
177 NA Bespreek de mogelijke oorzaken van een open beet die optreedt nà een bimaxillaire orthognatische ingreep. Hoe achterhaal je de oorzaak?

5.1.2 Vierde jaar

Nummer Link Vraag
1 NA Geef de overlevingskans aan van het plaveiselcelcarcinoom van de mondholte en bespreek deze topic? = H8
2 NA Behandeling van het plaveiselcelcarcinoom van de mondholte: basisheelkundige principes, chemotherapie, radiotherapie, prognose en eindresultaat? = H18
3 NA Welke zinvolle prognostische factoren bestaan voor tumoren in de hoofd- en halsregio? = H8, H25, H28, H29 en H39
4 NA Bespreek het klinisch onderzoek en de staging van een plaveiselcel carcinoom van de mondholte = H15 en H45
5 NA Welke factoren zijn de beste indicatoren voor de prognose bij plaveiselcelcarcinoom van de mondbodem? = H8, H25, H28, H29 en H39
6 NA Bespreek de indicatie voor postchirurgische radiotherapie bij het plaveiselcelcarcinoom van de mondbodem = H18, H32 en H39
7 NA Wat is de rol van een “functionele” nekdissectie? = H33
8 NA Welke methode ken je om de verspreiding van tumorcellen in het bot of de onderkaak te evalueren? = H34
9 NA Welke factoren zijn van belang bij de postoperatieve voeding of toedieningsweg van voeding na uitgebreide tumorresecties? = H36
10 NA Bespreek de grading van mondtumoren, de therapeutische gevolgen en de prognose = H45
11 NA Bespreek het plaveiselcelcarcinoom van de lip = H38
12 NA Bespreek het plaveiselcelcarcinoom van de mondbodem = H39
13 NA Licht de TNM-classificatie toe zoals geformuleerd door de UICC. = H45
14 NA Bespreek de verschillende types platen met hun respectievelijke indicaties in de onderkaak. = +/- I30
15 NA Epidemiologie en nosologische aspecten van de accessorische speekselkliertumoren = R1 en R13
16 NA Epidemiologie en nosologische aspecten van de grote speekselkliertumoren = R13
17 NA Bespreek het laaggradig muco-epidermoid carcinoom van de parotis = R13
18 NA Bespreek het adenoid cystic carcioma. = R13
19 NA bespreek het centraal reuscelgranuloom: diagnose en therapie = zie ook vraag 128
20 NA bespreek het desmoplastisch fibroom van de maxilla
21 NA bespreek de drie verschillende vormen van het ossifying fibroma = B2
22 NA bespreek de 3 verschijningsvormen van fibreuze dysplasie = B2
23 NA bespreek de 3 vormen van cemento-osseuse dysplasie = B2 + B14
24 NA bespreek de odontogene tumoren van epitheliale oorsprong = B14 + H46
25 NA bespreek de odontogene tumoren van mesenchymale oorsprong = B14
26 NA bespreek het osteosarcoma van de kaakbeenderen
27 NA bespreek het Ewing sarcoma
28 NA bespreek de verschillende vormen van LANGERHANS CELL HISTIOCYTOSIS = B7
29 NA waarin verschilt een suprahyoïdaal evidement van een evidement uitgaande van level I-IV = H18 en H33
30 NA Wanneer is chemotherapie aangewezen bij een oraal spinocellulair carcinoom? = +/- H18
31 NA Wanneer is radiotherapie aangewezen bij een oraal spinocellulair carcinoom? = +/- H18
32 NA Bespreek de rol van HPV bij orofarynxcarcinomen. = +/- H45 en H17
33 NA vergelijk de overlevingscurves van spinocellulaire epitheliomen in de mond met deze van speekselkliertumoren? = H8
34 NA Bespreek de differentiaal diagnose van zwellingen ter hoogte van het palatum.
35 NA bespreek de indicaties voor een ALT-lap vs een radialis-lap? wat zijn de voor- en nadelen zowel thv receptorzone als thv donorzone?
36 NA hoe variëren de symptomen van paranasale tumoren volgens de richting van de tumorgroei?
37 NA bespreek het behandelingsbeleid bij unilaterale tumoren van de tong T1-T2 met en zonder halsklieren, M0
38 NA bespreek de waarde van een sentinel lymfeklierbiopsie in hoofd- en hals kanker = H15 (en H18)
39 NA leidt IMRT tot minder ORN dan eerdere 3 dimensionele conformele bestralingstechnieken?
40 NA bespreek de second primaries in hoofd- en halskanker = H8
41 NA bespreek de verschillende stadia van ORN en de daarbijhorende behandeling = +/- B32
42 NA bespreek ontstaan, symptomatologie, preventie en behandeling van orale mucositis na radiotherapie = B18, B41
43 NA bespreek ontstaan, symptomatologie, preventie en behandeling van orale mucositis na chemotherapie = B42
44 NA wat is de rol van FDG- PET/CT in de staging van hoofd-hals tumoren = H15
45 NA Bespreek de  niet-chirurgische therapie bij locoregionaal gevorderd mondcarcinoma.
46 NA bespreek systematisch de excisie- en reconstructietechnieken voor maligne tumoren van de onderlip = H38
47 NA Bespreek de maxillectomie defect classificatie volgens Brown (Brown –Shaw) = R13
48 NA wat is de meerwaarde van diffusie-gewogen MRI in de follow-up van hoofd-hals tumoren? = DD recidief en inflammatie/fibrose
49 NA bespreek de rol van tumordikte/tumordiepte van een spinocellulair epithelioom in de mond en een N0 negatieve hals?
50 NA Bespreek de voor- en nadelen bij het implanteren per-operatief dan wel post-radiotherapie bij hoofdhals oncologie patiënten
51 NA Bespreek kort de kliniek en work-up bij het vermoeden van een lymfoom in de hoofd-halsregio
52 NA bespreek het verschil tussen P16 positieve en negatieve oropharynx carcinomen mbt klinische presentatie, patiëntenpopulatie, therapie en prognose.
53 NA wat is de rol van HPV-vaccinatie? (antwoord: further research is needed)
54 NA wat zijn de verschillen tussen TNM 7 vs TNM 8 met betrekking tot orale SCC
55 NA Bespreek de fibulaflap: indicaties, voordelen, belangrijke elementen, …
56 NA Bespreek de defect classificatie van de mandibula van Brown
57 NA Bespreek het pleiomorf adenoom van de parotis. = +/- R13
58 NA Wat is de plaats van brachytherapie in de behandeling van hoofd-hals kanker. Hoe wordt de brachytherapie uitgevoerd. = alternatief voor chirurgie bij T1 of T2 vd lip
59 NA Bespreek de laattijdige toxiciteit na radiotherapie in het hoofd-hals gebied. = B18
60 NA Bespreek de chirurgische toegangen tot de orbitabodem. = +/- I13
61 NA Bespreek de heelkundige procedures die U kent ter vordering van prothetische rehabilitatie bij extreme onderkaaksatrofie
62 NA Bespreek de chirurgische procedures in ernstige bovenkaaksatrofie.
63 NA Wat is “guided tissue regeneration”?
64 NA Welke types van preprothetische heelkundige procedures ken je?
65 NA Bespreek de technieken voor de sulcus verdieping, zowel in boven-als onderkaak
66 NA Bespreek de technieken, de indicaties en de contra-indicaties tot augmentatie van de kaakwal
67 NA Bespreek peri-implantitis.
68 NA Bespreek mogelijke donorsites van een vrije niet-gevasculariseerde botent voor augmentatie van een atrofische alveolaire kam: voordelen, nadelen, contra-indicaties.
69 NA Bespreek de preprothetische augmentatie van de edentate bovenkaak: contra-indicaties, procedures, beperkingen.
70 NA Wat is de plaats van de vestibuloplastiek in de huidige state-of-the-art MKA?
71 NA Bespreek technieken om atrofie van de alveolaire kam te voorkomen na extractie.
72 NA Bespreek de beperkingen van dentale rehabilitatie door middel van implantaten.
73 NA Bespreek het simultaan plaatsen van implantaten bij kamaugmentatie.
74 NA Bespreek de preprothetische augmentatie van de edentate onderkaak: contra-indicaties, procedures, beperkingen.
75 NA Vergelijk de voor- en nadelen van relatieve versus absolute kamverhoging bij edentaten.
76 NA Beschrijf de verschillende vestibuloplastiek technieken die toegepast worden in de bovenkaak. Bespreek de indicaties en bespreek de beperkingen voor elke techniek.
77 NA Bespreek de absolute verhoging van de bovenkaak door middel van bottransplantaten.
78 NA Bespreek de voor- en nadelen bij het implanteren per-operatief dan wel post-radiotherapie bij hoofdhals oncologie patiënten.
79 NA Welke zijn de voornaamste voorwaarden om osteo-integratie te verkrijgen?
80 NA Hoe vermijd je black triangles interdentaal in het frontgebied bij implantaatplaatsingen
81 NA Hoe creëer je een papil tussen twee implantaten in het frontgebied na een botopbouw
82 NA Wat zijn de mogelijkheden van verticale en horizontale botopbouw in het frontgebied
83 NA Hoe vermijd je zenuwschade thv nervus alveolaris inferior tijdens implantaatplaatsing in de onderkaak
84 NA Wat is platform-switch en welke zijn de voordelen ervan
85 NA Bespreek de mogelijke hechtmaterialen na plaatsen van tandimplantaten met hun voor- en nadelen.
86 NA Wat zijn de voor- en nadelen van een verschroefde brug/kroon versus een gecementeerde brug/kroon
87 NA Wat is het verschil tussen een immediaat belast, een vroegtijdig belast en een uitgesteld belast implantaat? (Semantiek van de belasting)
88 NA Bespreek de indicaties en contra-indicaties van immediate belasting van implantaten.
89 NA Wat is het voordeel van een ‘passive fit’ van een brug op implantaten en hoe bereik je dit?
90 NA Hoe reconstrueer je het mucogingivale complex van de bovenkaak om een esthetisch bevredigend emergentieprofiel te creëren?
91 NA Bespreek de prothetische aandachtspunten bij het vervaardigen van een suprastructuur op 6 implantaten in de bovenkaak.
92 NA Bespreek de voor- en nadelen van retromolaire en kinbotgreffe voor augmentatie van de kaakwal.
93 NA Bespreek de Summer’s techniek voor sinuslifting: techniek en indicatie.
94 NA Beschrijf de huidige meest voorkomende behandelprotocols bij gespleten lip-, kaak-en verhemeltespleetpatiënten = O1
95 NA Beschrijf de behandelprotocols voor craniofaciale microsomie = O2
96 NA Beschrijf de behandeling van een condylaire hyperplasie = O3
97 NA Bespreek de ontwikkeling van laterale en mediane cysten in de halsstreek = O7
98 NA Bespreek de tijdsschaal voor de chirurgische ingrepen bij schisis van lip-, kaak-en verhemelte = O1
99 NA Wat is de invloed van een weke verhemeltesluiting op het middenoor? = O16
100 NA Welke disciplines zouden aanwezig moeten zijn in een volwaardig werkgroep ter behandeling van schisis van lip-, kaak-en verhemeltespleet? = O17
101 NA Bespreek de embryologie en  het ontstaan mechanisme van schisis. = O1
102 NA Wat weet je over het bottransplantaat dat aangewend wordt bij patiënten met gespleten lip, kaak en verhemelte? = O19
103 NA Bespreek vroeg secundaire vs laat secundaire botgreffe voor de reconstructie van de schisis van de proc. alveolaris. = O19
104 NA Wat is het optimale ogenblik om een processus alveolaris te sluiten bij schisis en welke materialen worden aangeraden? = O19
105 NA Wat is callus distractie? Welke indicaties zijn mogelijk in het mond-, kaak- en aangezichtsgebied? = O22
106 NA Welke therapeutische opties bestaan er bij velofaryngeale incompetentie? Welke is uw persoonlijke voorkeur? = O32
107 NA Bespreek het principe van de Z-plastie en geef 3 klinische voorbeelden
108 NA Bespreek de zichtbare veranderingen in het gezicht door veroudering ter hoogte van voorhoofd, wenkbrauwen, jukbeenderen, neus en oogkassen.
109 NA Bespreek de zichtbare veranderingen in het gezicht door veroudering ter hoogte van mond, kin, onderkaak, wangen.
110 NA Bespreek het verschil tussen de sub-SMAS (deep plane) en de supra-SMAS (superficial) benadering van de face-necklift.
111 NA Bespreek de voor- en nadelen van lipofilling versus hyaluronzuurfillers voor volume augmentatie in het aangezicht.
112 NA Bespreek de verschillende technieken om te bepalen hoeveel huid je mag excideren bij een bovenste ooglidcorrectie.
113 NA Bespreek kort de verschillende voorhoofd- en wenkbrauwlift technieken.
114 NA Bespreek de behandelopties voor platysmabanding
115 NA Bespreek de indicatie voor een subciliaire versus een transconjunctivale onderste ooglidcorrectie
116 NA Bespreek feminisatieprocedures van de onderkaak bij transgender patiënten
117 NA Bespreek de liplift: indicatie en techniek.
118 NA Bespreek de toepassing van botulineneurotoxine type A in de cosmetische behandeling in het aangezicht
119 NA Bespreek de voor- en nadelen van PEEK en Titanium als alloplastische materialen bij kaakhoekaugmentatie.
120 NA hoe behandel je een patiënt met een postoperatieve condylaire resorptie na een BSSO? = P2
121 NA Bespreek de oorzaken van een anterieure open beet en technieken om deze te sluiten. = +/-P30
122 NA bespreek de techniek van Nélaton
123 NA Wat zijn indicaties om Mepivacaine te gebruiken als locaal anestheticum?
124 NA Bespreek de verschillen in faciale karakteristieken tussen het Apert syndroom en Treacher-Collins
125 NA Bespreek kort het Van Der Woude syndroom.
126 NA bespreek het extractiebeleid bij de ziekte van Von Willebrand = E3
127 NA bespreek de melanotische neuro-ectodermale tumor van de zuigeling = B14
128 NA wat is de behandeling van het centraal reuscelgranuloom = zie ook vraag 19
129 NA Bespreek de Oehlers-classificatie van dens invaginatus
130 NA Bespreek Gardner syndroom = B14
131 NA Benoem de verschillende vormen van amelogenesis imperfecta.
132 NA Bespreek de verschillende vormen van osteogenesis imperfecta
133 NA Bespreek de infantiele melanodontie - ‘black extrinsic tooth stain’
134 NA Wat zijn de behandelingsopties voor een infantiel hemangioma? = +/- B17
135 NA Bespreek de faciale karakteristieken van het 22q11.2-deletie gerelateerd syndroom = DiGeorge = +/- zelfgemaakte extra cursus congenitale
136 NA bespreek de Pruzansky classificatie van hemifaciale microsomie = O2
137 NA Bespreek anticoagulantia beleid bij orale heelkunde = +/- E3
138 NA wat is de rol van p53 in het ontstaan van mondkanker?
139 NA Bespreek management van Acinic Cell Carcinoma van de speekselklier = +/- R13
140 NA Bespreek het gebruik van FISH analyse bij diagnostiek van speekselkliertumoren
141 NA wat is het herkenningspunt (landmark) dat level VI scheidt van level IV in de hals? = A carotis communis = H15 en H18
142 NA wat is het voordeel om bij maxillectomies ook het coronoïd te verwijderen?
143 NA wat is de lijn van öhngren? = referentielijn voor tumorclassificatie
144 NA Bespreek de klinische presentatie van lineair scleroderma van het aangezicht — "en coup de sabre”
145 NA Bespreek de maximum dosissen locale anesthetica (articaïne, mepivacaïne, lidocaïne)
146 NA Bespreek het belang van de Wilkes-classificatie in de behandeling van internal derangements van de kaak = +/- P2
147 NA Bespreek het werkingsmechanisme van Botox - werkingsduur
148 NA Wat zijn de indicaties van bisfosfonaten bij adolescenten?
149 NA Wat zijn contra-indicaties voor locale anesthesie met adrenaline?
150 NA Bespreek synovitis van het kaakgewricht en zijn behandeling
151 NA Bespreek het verschil in werkingsmechanisme tussen bisfosfonaten en denosumab
152 NA Bespreek een arthrocentese van het kaakgewricht
153 NA Welke TMD aandoeningen veroorzaken een posterieure open beet?
154 NA Welke TMD aandoeningen veroorzaken een ’open lock‚Äô? = +/- B5
155 NA Welke TMD aandoeningen verhinderen een normale mondsluiting?
156 NA Wat zijn Epstein parels = A8
157 NA Is soms een conservatief chirurgisch beleid te verdedigen bij een ameloblastoom van de onderkaak? = B14 + H46
158 NA Hoeveel vasoconstrictor mag er toegediend worden bij cardiaal belaste patiënten?
159 NA bespreek de Ramsey sedatieschaal
160 NA wat is de rol van de pulse-oxymeter en van de capnograaf bij IV-sedatie in MKA?
161 NA Bespreek midazolam en fentanyl bij gebruik voor IV-sedatie
162 NA Bespreek de diagnostiek en behandeling van arteritis temporalis = C1
163 NA Bespreek osteopetrose (ziekte van Albers Schönberg): incidentie, diagnose en behandeling
164 NA Wat is de behandeling van sialorroe = +/- B41
165 NA Bespreek de kliniek en behandeling van het basaalcel naevus syndroom (gorlin-goltz) = A14
166 NA Bespreek de Myrrhaug operatie: indicatie, procedure, resultaten
167 NA bespreek de indicaties voor een alloprothese van het kaakgewricht en de complicaties = +/- P2
168 NA Wat is ’ugly duckling‚Äô? Bespreek de eruptie van het definitieve gebit.
169 NA Bespreek het pyogeen granuloom van de huid en dat van de orale mucosa = B6
170 NA Bespreek de TNM classificatie van het melanoom van de huid
171 NA Bespreek het Waardenburg syndroom
172 NA Welke structuren ontstaan uit het mesoderm van de 2e en 4e kieuwboog = O7
173 NA Bespreek de voor en nadelen van volgende referenties in de orthognatische heelkunde: frankfurter horizontale - natural head position
174 NA Bespreek het syndroom van Lemièrre = complicatie van abces
175 NA Bespreek het fissura orbitalis superior syndroom. Wat zijn de oorzaken? Wat is de kliniek ervan? = I9 en I29
176 NA Bespreek de mechanische en neurogene oorzaken van verstoorde oogmotiliteit na trauma = I9 (en I13)
177 NA Bespreek de samenstelling en interpretatie van de Glasgow Coma Scale
178 NA Bespreek de behandeling van PFE (primair falen van eruptie) van hoektanden

5.2 Overzicht volgens thema

5.2.1 Tweede jaar

Cat Link Vraag Nummer
Dentoalveolair Link Heelkunde van de sinus maxillaris: methoden en verwikkelingen 6
Infecties Link Welke criteria bestaan voor een extraorale incisie als drainage voor dentoalveolaire abcessen in de onderkaak 1
Infecties Link Bespreek de behandeling van een patiënt met dreigende obstructie van de luchtweg tengevolge van zwelling 3
Nervus Link Letsels aan de nervus alveolaris interior bij mond of kaakchirurgische ingrepen: incidentie en onderzoek van de patiënt? 2
Nervus Link Hoe frequent treedt schade op van de nervus lingualis bij verwijdering van derde molaren in de onderkaak? 4
Nervus Link Hoe zou jij handelen bij het vaststellen van een anesthesie in het bezenuwingsgebied van de nervus lingualis, nadat een derde ondermolaar verwijderd werd? 5
NA Link Replantatie van hoektanden: principe en prognose 7
NA Link Classificatie van de cysten: prognose en behandeling 8
NA Link Aan welke voorwaarden moet botvervangend materiaal voldoen? 9
NA Link Bespreek het verschil tussen een manifeste en een potentiele infectieuze focus en hoe zul je hiermee omgaan wanneer een kans bestaat op het ontwikkelen van endocarditis? 10
NA Link Hoe benader je de klacht van chronische pijn in de maxillaire sinus? Bespreek ook de differentiële diagnose van de mogelijke pathologie? 11
NA Link Bespreek de indicaties voor tandkiemtransplantatie en geef enkele voorbeelden 12
NA Link Hoe zou jij de mond en het restgebit voorbereiden bij een patiënt die radiotherapie zal ondergaan? 13
NA Link Hoe zou jij de mond en het restgebit voorbereiden bij een patiënt die in het kader van een oncologische behandeling van botmetastasen met XGEVA (denosumab) gaat behandeld worden? 14
NA Link Bespreek het onderzoek en de behandeling van een patiënt met een zwelling in de sublinguale regio. 15
NA Link Behandeling van dentoalveolaire infecties? 16
NA Link Welke stappen en welke factoren zijn van belang bij het transplanteren van een tandkiem? 17
NA Link Welke symptomen wijzen in de richting van een keratocyste? Welk is de behandeling? 18
NA Link Wat is een Frey-syndroom? 19
NA Link Wat is fibreuze dysplasie en onder welk pathologietype zou jij deze afwijking onderbrengen? 20
NA Link Wat is een Nikolski-test, voor welke aandoening is zij specifiek als de test positief is? 21
NA Link Som de mogelijke oorzaken op voor beperking van de maximale mondopening 22
NA Link Som al de mogelijke oorzaken op voor gingiva-hyperplasie en welke behandeling kies je hiervoor 23
NA Link Wat weet je over actinomycose in het gelaat en in de hals? 24
NA Link Wanneer stel je een antibiotische behandeling in met profylactische of met therapeutische bedoeling? Hoelang dien je de antibiotica toe en welke antibiotica genieten de voorkeur? 25
NA Link Bespreek de classificatie van leukoplakie. Welk is de behandeling hiervoor en welke prognose hoort erbij? 26
NA Link Etiologie en behandeling (locaal en systemisch) van lichen planus? 27
NA Link Oorzaken voor droge mond (xerostomie) 28
NA Link Odontogene tumoren: classificatie, prognose en behandeling? 29
NA NA Bespreek de differentiële diagnose bij een zwelling in de halsregio 30
NA NA Hoe zou jij een acute Ludwig’s angina behandelen? 31
NA NA Som de meest belangrijke gevolgen op van radiotherapie, toegediend in de hoofd- en halsregio 32
NA NA De classificatie, de symptomen en de behandeling van dentoalveolaire infecties (abcessen) en de complicaties 33
NA NA Behandeling van osteomyelitis van de onderkaak? 34
NA NA Welke is de behandeling voor een recurrent ameloblastoma in het corpus mandibulae? = oa H46? 35
NA NA Bespreek het gebruik van antibiotica bij electieve mond-, kaak-en aangezichtsheelkunde 36
NA NA Bespreek de implicaties voor de chirurg bij de behandeling van een HIV of een hepatitis B positieve high risk patiënt 37
NA NA Etiologie en behandeling van infecties van de diepe cervicale ruimten. 38
NA NA Pathogenese en radiografische bevindingen bij een primair chronische osteomyelitis in de kaakbeenderen 39
NA NA Chirurgische behandeling van de kaak die door secundaire chronische osteomyelitis aangetast is. 40
NA NA De cyste van de ductus thyroglossus: pathogenese en behandeling 41
NA NA Keratocyste: diagnostische criteria en behandeling 42
NA NA Acute maxillaire odontogene sinusitis: klinisch voorkomen, diagnose en behandeling? 43
NA NA Welke oorzaken ken je die een beperkte mondopening tot gevolg hebben wegens een extra 44
NA NA Welke differentiële diagnose ken je voor een brandend gevoel in de tong? 45
NA NA Benoem de profylactische maatregelen die je toepast bij patiënten die radiotherapie ondergaan in de orofaciale regio 46
NA NA Bespreek de profylactische maatregelen die je treft bij patiënten die chemotherapie zullen ondergaan in de orofaciale regio 47
NA NA Bespreek de orale manifestaties van AIDS 48
NA NA Bespreek de differentiële diagnose bij faciale neuralgie 49
NA NA Hoe ontstaat schade aan de perifere zenuwen bij mond-, kaak-en aangezichtschirurgie? Welke diagnosemiddelen bestaan er? Welk is de prognose en de therapie? 50
NA NA Parese van de nervus facialis: etiologie, symptomen en therapie 51
NA NA Hoe en wanneer zou een iatrogeen letsel aan de nervus lingualis hersteld moeten worden? 52
NA NA Hoe en wanneer zou een iatrogeen beschadigde nervus alveolaris inferior hersteld moeten worden? 53
NA NA Welke maatregelen neem je wanneer een patiënt een vreemd voorwerp geaspireerd heeft? Welke maatregelen wanneer hij een vreemd voorwerp doorgeslikt heeft? 54
NA NA Hoe voer je een urgente cricothyrotomie uit? 55
NA NA Bespreek de fysiologie van hemostase. Welke redenen of oorzaken voor congenitale hemorragische afwijkingen ken je en wat is preferentieel voor een behandeling? 56
NA NA Bespreek de tandheelkundige richtlijnen voor extracties bij patiënten onder bloedverdunners 57
NA NA Hoe zou jij een acute allergische situatie behandelen? 58
NA NA Wat weet jij over urgente behandeling bij infectie en bloeding in de hoofd- en halsstreek? 59
NA NA Wanneer gebruik je CT, MRI, ultra-sonografie? Welke structuren of pathologie worden het best gevisualiseerd met welke techniek? 60
NA NA Welke radiologische tekens zijn er voor een fractuur van een breuk ter hoogte van het os zygomaticum? 61
NA NA Bespreek voor-en nadelen van CT, danwel magnetisch resonantie-onderzoek bij het stageringsonderzoek van mondkanker 62
NA NA Welke differentiële diagnose ken je bij radiologische densiteitsverschillen in de onderkaak? 63
NA NA Welke oppervlakkige veranderingen in de mondmucosa en welke onderliggende pathologie moet beoordeeld worden als precancereuze laesie of voorbeschikkend hiertoe? 64
NA NA Bespreek de epidemiologie en de nosologische aspecten van precancereuze laesies in de mondholte? 65
NA NA Etiologie van mondkanker? 66
NA NA Bespreek de acute medische problemen die kunnen ontstaan bij een zwaar getraumatiseerd gelaat, zoals bij slachtoffers van een verkeersongeval 67
NA NA Welke verwikkelingen kunnen ontstaan in de weke delen? 68
NA NA Noem de meest belangrijke oogletsels op die geassocieerd zijn met traumata in het middengelaat 69
NA NA Welke methode zou jij gebruiken om een oogletsel te identificeren? 70
NA NA Welke laattijdige verwikkelingen kan men verwachten bij een trauma van de kaakkop op jeugdige leeftijd? Welke maatregelen kun je nemen ter preventie hiervan? 71
NA NA Beschrijf de behandeling van een orbitale blow-out fractuur 72
NA NA Bespreek de classificatie van de fracturen van het collum mandibulae en van het kaakkopje. Welke behandeling stel je daarbij voor? 73
NA NA Bespreek de diagnose, maar ook de behandeling van onderkaakfracturen. 74
NA NA Bespreek de symptomen, de diagnose en de behandeling bij fracturen van het zygoma en de orbita 75
NA NA Bespreek de behandeling van onderkaaksfracturen in oudere tandeloze patiënten 76
NA NA Bespreek de verwikkelingen die kunnen optreden bij onderkaakstracturen 77
NA NA Bespreek de algemene principes bij de heelkundige behandeling van weke delen letsels 78
NA NA Bespreek de behandeling van een kaakkopfractuur bij kinderen 79
NA NA Bespreek de mogelijke ogenblikken voor behandeling en de chirurgische procedures bij onderkaaksfracturen 80
NA NA Bespreek de mogelijke ogenblikken voor behandeling en de chirurgische procedures bij Le Fort I, II en III fracturen 81
NA NA Bespreek de verwikkelingen van orbito-zygomatische fracturen 82
NA NA Bespreek de indicatie tot en beschrijf ook de verschillende typen interne en externe rigide fixatie bij gelaatsskeletfractuur 83
NA NA Hoe behandel je een unilaterale gedislokeerde fractuur van het collum mandibulae bij een kind en waarom? 84
NA NA Welke mechanismen zijn verantwoordelijk voor posttraumatische enoftalmie? Welke therapeutische mogelijkheden ken je? 85
NA NA Welke behandelingsopties heb je bij fracturen van de tandeloze bovenkaak? 86
NA NA Welke houding neem je aan wanneer er tanden of tandwortels in het verloop van de fractuurlijn liggen? 87
NA NA Behandeling van temporomandibulaire gewrichtsfracturen: chirurgische techniek? 88
NA NA Bespreek de verschillende behandelmodaliteiten voor condylaire fracturen van de onderkaak 89
NA NA Bespreek de mogelijke negatieve effecten van osteosynthesematerialen 90
NA NA Bespreek vroege complicaties en verwikkelingen die kunnen ontstaan bij oogkasfracturen 91
NA NA Bespreek de diagnose en de behandeling van naso-orbito-etmoïdale fracturen 92
NA NA Bespreek voor-en nadelen van de verschillende botfixatiemethoden die toegepast worden in mond-, kaak-en aangezichtschirurgie. Bespreek daarbij in detail de osteosyntheseplaten. 93
NA NA Welke zijn de indicaties voor een open reductie van een onderkaaksfractuur? 94
NA NA Welke behandelopties heb je bij fracturen van het bot dat de sinus frontalis vormt? 95
NA NA Welke behandelaanbevelingen zijn er en welke technieken bestaan in de behandeling van verse posttraumatische telecanthus? 96
NA NA Welke moeilijkheden kenmerken de behandeling van een fractuur ter hoogte van de processus alveolaris in de onderkaak? 97
NA NA Bespreek de primaire en de secundaire botheling bij breuken? 98
NA NA Diagnostische procedures bij pathologie van het temporomandibulair gewricht? 99
NA NA Welke diagnostische en therapeutische maatregelen kunnen genomen worden wanneer een acute closed lock optreedt? 100
NA NA Wat is het myofasciaal pijnsyndroom? Bespreek de therapeutische mogelijkheden. 101
NA NA Welke beeldvormingstechniek is volgens U het meest ideaal om interne ontregeling van het temporomandibulair gewricht te duiden? 102
NA NA Bespreek de oorzaken en de behandeling voor ankylose van het kaakgewricht 103
NA NA Bespreek de behandeling door middel van opbeetplaat bij temporomandibulaire aandoeningen 104
NA NA Bespreek de heelkunde voor interne ontregelingen van het kaakgewricht en voor kaakkopluxatie 105
NA NA Geef enkele indicaties voor het gebruik van een Z-plastiek 106
NA NA Functionele therapie bij aandoeningen van het kaakgewricht: indicaties en principes? 107
NA NA Bespreek de arthrotische aandoeningen van het kaakgewricht 108
NA NA Bespreek de habituele luxatie van het kaakgewricht. Hoe onderzoek je de patiënt en welke zijn de verschillende behandelmethoden? 109
NA NA Bespreek de diagnose en de behandelmogelijkheden voor luxatie van de discus articularis in het kaakgewricht 110
NA NA Welke klinische bevindingen kan men aantreffen bij pijn in en random het kaakgewricht. 111
NA NA Welke indicaties zijn er voor heelkunde wanneer interne ontregeling van het kaakgewricht gesteld is? 112
NA NA Geef een lijst van alle mogelijke onderzoeksmethoden en technieken die noodzakelijk zijn om een gedetailleerde diagnose te stellen van afwijking in de kaakrelatie bij extreme overontwikkeling van de onderkaak. Licht dit toe. 113
NA NA Wat weet je over de incidentie van condylaire resorptie, optredend na orthognatische heelkundige correcties? 114
NA NA Geef een kort overzicht van de verschillende fixatie-en osteosynthesemogelijkheden? Wat is hun statistische stabiliteit, danwel relapsprognose? Welke zijn de respectievelijke voor-en nadelen? 115
NA NA Bespreek de verschillende types van onderkaaksosteotomie en geef daarbij indicaties aan. 116
NA NA Bespreek de verwikkelingen die kunnen optreden bij bilaterale sagittale osteotomie van de opstijgende kaaktak. 117
NA NA Bespreek de verwikkelingen die kunnen optreden bij bovenkaaksosteotomieën op het niveau Le Fort I. 118
NA NA Bespreek asymmetrie van het gelaat: de ontwikkelingsstoornissen en verworven afwijkingen 119
NA NA Bespreek de principes die gebruikt worden bij het plannen van een osteotomie 120
NA NA Welke veranderingen treden op met betrekking tot de neus bij osteomieën van de bovenkaak, niveau Le Fort I? 121
NA NA Welke factoren beïnvloeden de relaps bij orthognatische onderkaaksheelkunde? 122
NA NA Bespreek de indicaties voor een sagittale splitsingsosteotomie van de onderkaak 123
NA NA Welke zijn de belangrijke punten, lijnen en hoeken die berekend kunnen warden bij een patiënt met kaakrelatie-afwijkingen? Welke rol spelen deze waarden bij het finale plan tot heelkunde? 124
NA NA Welke veranderingen in het profiel warden teweeggebracht wanneer een bovenkaaks 125
NA NA Welke zijn prognostisch goede, respectievelijk ongunstige technieken om een open beet te sluiten? 126
NA NA Welke gevolgen voor de spraak kunnen ontstaan bij bovenkaaksosteotomieën, type Le Fort I, waarbij het dentopalataal segment naar voor verplaatst wordt? 127
NA NA Welke verwikkelingen kunnen ontstaan bij een verlengingsosteotomie van de onderkaak door middel van sagittale splitsing in de regio van de kaakhoeken? 128
NA NA Diagnostische procedure bij zwelling van de speekselklieren 129
NA NA Bespreek het onderzoek van speekselkliertumoren 130
NA NA Bespreek de preventie en ook de behandeling van het Frey-syndroom 131
NA NA Welke systeemaandoeningen hebben een duidelijke weerslag op de speekselklieren? 132
NA NA De speekselkliertumoren: classificatie, histologie en prognose? 133
NA NA Wat is het syndroom van Sjogren en hoe wordt het gediagnosticeerd? 134
NA NA Bespreek de anatomische structuren en referentiepunten die belangrijk zijn bij het verwijderen van een onderkaaksspeekselklier 135
NA NA bespreek de hiërarchie van stabiliteit na orthognatische ingrepen 136
NA NA bespreek het voorkomen en de oorzaken van hypodontie 137
NA NA bespreek hyperodontie binnen mka 138
NA NA Wat is het belang van abfractie, erosie, attritie, abrasie voor de mka-arts 139
NA NA Bespreek de degeneratieve aandoeningen van het kaakgewricht 140
NA NA Bespreek de kliniek en de behandeling van cluster headache 141
NA NA Bespreek de verschillende vormen van osteopetrose. Wat zijn de orale afwijkingen bij osteopetrose? 142
NA NA Bespreek de pijnloze ulcera in de mond 143
NA NA Bespreek de verschillende vormen van het syndroom van Lyell 144
NA NA Bespreek de ANUG (kliniek, oorzaak, verloop, behandeling, diff. diagnose) 145
NA NA Bespreek de verschillende vormen van ranula, de diff. diagnose, de prognose/recidief, de behandeling 146
NA NA Bespreek de sialoadenosen 147
NA NA Bespreek de rol van spierrelaxantia, antiepileptica en antidepressiva in de behandeling van TMJ-stoornissen 148
NA NA Bespreek de kieuwboogafwijkingen van de hals 149
NA NA Bespreek de kliniek en behandeling van AV-malformaties van het lymfatische type thv. de tong 150
NA NA Bespreek het mechanisme van verkleuringen van de mondmucosa en van pigmentaties 151
NA NA Bespreek de risicofactoren voor het ontstaan van een harige tong 152
NA NA Bespreek de behandelingskeuzes voor de ingesloten hoektand in de bovenkaak 153
NA NA Bespreek de kliniek en behandeling van een dished in fac 154
NA NA Bespreek de visusstoornissen bij fracturen van het middengelaat 155
NA NA Welke aandoeningen veroorzaken korsten op de lippen? 156
NA NA Bespreek de systemische afwijkingen en syndromen met gepigmenteerde melanocytische laesies 157
NA NA Bespreek de transportroute en het infectierisico door hepatitis virussen in de mka-praktijk evenals de voorzorgsmaatregelen en incubatietijd 158
NA NA Bespreek het kiemdodend effect van alcoholen versus peroxiden 159
NA NA Bespreek de risicoklassen van Spauling mbt tot het decontaminatieniveau van instrumenten 160
NA NA Welke comorbiditeiten verhogen in MKA het risico op een thrombose? 161
NA NA Wat is de rationale om NOAC’s te stoppen de dag van de ingreep? 162
NA NA Bespreek bridging in de MKA-praktijk en geef een schema 163
NA NA Bespreek kenmerken, indicaties en contra-indicaties van verschillende topische hemostatica 164
NA NA Hoe behandel je nabloedingen na extracties in de MKA-praktijk 165
NA NA Bespreek de systemische en erfelijke factoren van impacties van hoektanden 166
NA NA bespreek de uniloculaire vs multiloculaire radiolucenties die zich pericoronair bevinden bij ingesloten tanden 167
NA NA Bespreek de effectieve stralingsdosis van een rx apicaal, een rx opg en een CBCT (kleine vs grote FOV) 168
NA NA Wat zijn de oorzaken van een moon-facies. Welke patiënten zijn ad risk? 169
NA NA Bespreek de behandeling van fracturen van de achterwand van de sinus fontalis 170
NA NA Wat is de work-up van een lymfadenopathie in de hals? 171
NA NA Bespreek de behandeling van de lingua villosa 172
NA NA Wanneer spreek je van flegmone, wanneer van cellullitis (vergelijk de terminologie in de Amerikaanse, Franse, Nederlandse en Belgische MKA-literatuur) 173
NA NA Bespreek de etiologie, anatomische grenzen, symptomen en evolutie van een latero-faryngeale flegmoon 174
NA NA Bespreek de type 1, 2, 3 NOE fracturen volgens Markowitz. 175
NA NA Bespreek de oorzaken, diagnose en behandeling van een liquorlek bij midfaciale fracturen 176
NA NA Bespreek de mogelijke oorzaken van een open beet die optreedt nà een bimaxillaire orthognatische ingreep. Hoe achterhaal je de oorzaak? 177

5.2.2 Vierde jaar

Cat Link Vraag Nummer
NA NA Geef de overlevingskans aan van het plaveiselcelcarcinoom van de mondholte en bespreek deze topic? = H8 1
NA NA Behandeling van het plaveiselcelcarcinoom van de mondholte: basisheelkundige principes, chemotherapie, radiotherapie, prognose en eindresultaat? = H18 2
NA NA Welke zinvolle prognostische factoren bestaan voor tumoren in de hoofd- en halsregio? = H8, H25, H28, H29 en H39 3
NA NA Bespreek het klinisch onderzoek en de staging van een plaveiselcel carcinoom van de mondholte = H15 en H45 4
NA NA Welke factoren zijn de beste indicatoren voor de prognose bij plaveiselcelcarcinoom van de mondbodem? = H8, H25, H28, H29 en H39 5
NA NA Bespreek de indicatie voor postchirurgische radiotherapie bij het plaveiselcelcarcinoom van de mondbodem = H18, H32 en H39 6
NA NA Wat is de rol van een “functionele” nekdissectie? = H33 7
NA NA Welke methode ken je om de verspreiding van tumorcellen in het bot of de onderkaak te evalueren? = H34 8
NA NA Welke factoren zijn van belang bij de postoperatieve voeding of toedieningsweg van voeding na uitgebreide tumorresecties? = H36 9
NA NA Bespreek de grading van mondtumoren, de therapeutische gevolgen en de prognose = H45 10
NA NA Bespreek het plaveiselcelcarcinoom van de lip = H38 11
NA NA Bespreek het plaveiselcelcarcinoom van de mondbodem = H39 12
NA NA Licht de TNM-classificatie toe zoals geformuleerd door de UICC. = H45 13
NA NA Bespreek de verschillende types platen met hun respectievelijke indicaties in de onderkaak. = +/- I30 14
NA NA Epidemiologie en nosologische aspecten van de accessorische speekselkliertumoren = R1 en R13 15
NA NA Epidemiologie en nosologische aspecten van de grote speekselkliertumoren = R13 16
NA NA Bespreek het laaggradig muco-epidermoid carcinoom van de parotis = R13 17
NA NA Bespreek het adenoid cystic carcioma. = R13 18
NA NA bespreek het centraal reuscelgranuloom: diagnose en therapie = zie ook vraag 128 19
NA NA bespreek het desmoplastisch fibroom van de maxilla 20
NA NA bespreek de drie verschillende vormen van het ossifying fibroma = B2 21
NA NA bespreek de 3 verschijningsvormen van fibreuze dysplasie = B2 22
NA NA bespreek de 3 vormen van cemento-osseuse dysplasie = B2 + B14 23
NA NA bespreek de odontogene tumoren van epitheliale oorsprong = B14 + H46 24
NA NA bespreek de odontogene tumoren van mesenchymale oorsprong = B14 25
NA NA bespreek het osteosarcoma van de kaakbeenderen 26
NA NA bespreek het Ewing sarcoma 27
NA NA bespreek de verschillende vormen van LANGERHANS CELL HISTIOCYTOSIS = B7 28
NA NA waarin verschilt een suprahyoïdaal evidement van een evidement uitgaande van level I-IV = H18 en H33 29
NA NA Wanneer is chemotherapie aangewezen bij een oraal spinocellulair carcinoom? = +/- H18 30
NA NA Wanneer is radiotherapie aangewezen bij een oraal spinocellulair carcinoom? = +/- H18 31
NA NA Bespreek de rol van HPV bij orofarynxcarcinomen. = +/- H45 en H17 32
NA NA vergelijk de overlevingscurves van spinocellulaire epitheliomen in de mond met deze van speekselkliertumoren? = H8 33
NA NA Bespreek de differentiaal diagnose van zwellingen ter hoogte van het palatum. 34
NA NA bespreek de indicaties voor een ALT-lap vs een radialis-lap? wat zijn de voor- en nadelen zowel thv receptorzone als thv donorzone? 35
NA NA hoe variëren de symptomen van paranasale tumoren volgens de richting van de tumorgroei? 36
NA NA bespreek het behandelingsbeleid bij unilaterale tumoren van de tong T1-T2 met en zonder halsklieren, M0 37
NA NA bespreek de waarde van een sentinel lymfeklierbiopsie in hoofd- en hals kanker = H15 (en H18) 38
NA NA leidt IMRT tot minder ORN dan eerdere 3 dimensionele conformele bestralingstechnieken? 39
NA NA bespreek de second primaries in hoofd- en halskanker = H8 40
NA NA bespreek de verschillende stadia van ORN en de daarbijhorende behandeling = +/- B32 41
NA NA bespreek ontstaan, symptomatologie, preventie en behandeling van orale mucositis na radiotherapie = B18, B41 42
NA NA bespreek ontstaan, symptomatologie, preventie en behandeling van orale mucositis na chemotherapie = B42 43
NA NA wat is de rol van FDG- PET/CT in de staging van hoofd-hals tumoren = H15 44
NA NA Bespreek de  niet-chirurgische therapie bij locoregionaal gevorderd mondcarcinoma. 45
NA NA bespreek systematisch de excisie- en reconstructietechnieken voor maligne tumoren van de onderlip = H38 46
NA NA Bespreek de maxillectomie defect classificatie volgens Brown (Brown –Shaw) = R13 47
NA NA wat is de meerwaarde van diffusie-gewogen MRI in de follow-up van hoofd-hals tumoren? = DD recidief en inflammatie/fibrose 48
NA NA bespreek de rol van tumordikte/tumordiepte van een spinocellulair epithelioom in de mond en een N0 negatieve hals? 49
NA NA Bespreek de voor- en nadelen bij het implanteren per-operatief dan wel post-radiotherapie bij hoofdhals oncologie patiënten 50
NA NA Bespreek kort de kliniek en work-up bij het vermoeden van een lymfoom in de hoofd-halsregio 51
NA NA bespreek het verschil tussen P16 positieve en negatieve oropharynx carcinomen mbt klinische presentatie, patiëntenpopulatie, therapie en prognose. 52
NA NA wat is de rol van HPV-vaccinatie? (antwoord: further research is needed) 53
NA NA wat zijn de verschillen tussen TNM 7 vs TNM 8 met betrekking tot orale SCC 54
NA NA Bespreek de fibulaflap: indicaties, voordelen, belangrijke elementen, … 55
NA NA Bespreek de defect classificatie van de mandibula van Brown 56
NA NA Bespreek het pleiomorf adenoom van de parotis. = +/- R13 57
NA NA Wat is de plaats van brachytherapie in de behandeling van hoofd-hals kanker. Hoe wordt de brachytherapie uitgevoerd. = alternatief voor chirurgie bij T1 of T2 vd lip 58
NA NA Bespreek de laattijdige toxiciteit na radiotherapie in het hoofd-hals gebied. = B18 59
NA NA Bespreek de chirurgische toegangen tot de orbitabodem. = +/- I13 60
NA NA Bespreek de heelkundige procedures die U kent ter vordering van prothetische rehabilitatie bij extreme onderkaaksatrofie 61
NA NA Bespreek de chirurgische procedures in ernstige bovenkaaksatrofie. 62
NA NA Wat is “guided tissue regeneration”? 63
NA NA Welke types van preprothetische heelkundige procedures ken je? 64
NA NA Bespreek de technieken voor de sulcus verdieping, zowel in boven-als onderkaak 65
NA NA Bespreek de technieken, de indicaties en de contra-indicaties tot augmentatie van de kaakwal 66
NA NA Bespreek peri-implantitis. 67
NA NA Bespreek mogelijke donorsites van een vrije niet-gevasculariseerde botent voor augmentatie van een atrofische alveolaire kam: voordelen, nadelen, contra-indicaties. 68
NA NA Bespreek de preprothetische augmentatie van de edentate bovenkaak: contra-indicaties, procedures, beperkingen. 69
NA NA Wat is de plaats van de vestibuloplastiek in de huidige state-of-the-art MKA? 70
NA NA Bespreek technieken om atrofie van de alveolaire kam te voorkomen na extractie. 71
NA NA Bespreek de beperkingen van dentale rehabilitatie door middel van implantaten. 72
NA NA Bespreek het simultaan plaatsen van implantaten bij kamaugmentatie. 73
NA NA Bespreek de preprothetische augmentatie van de edentate onderkaak: contra-indicaties, procedures, beperkingen. 74
NA NA Vergelijk de voor- en nadelen van relatieve versus absolute kamverhoging bij edentaten. 75
NA NA Beschrijf de verschillende vestibuloplastiek technieken die toegepast worden in de bovenkaak. Bespreek de indicaties en bespreek de beperkingen voor elke techniek. 76
NA NA Bespreek de absolute verhoging van de bovenkaak door middel van bottransplantaten. 77
NA NA Bespreek de voor- en nadelen bij het implanteren per-operatief dan wel post-radiotherapie bij hoofdhals oncologie patiënten. 78
NA NA Welke zijn de voornaamste voorwaarden om osteo-integratie te verkrijgen? 79
NA NA Hoe vermijd je black triangles interdentaal in het frontgebied bij implantaatplaatsingen 80
NA NA Hoe creëer je een papil tussen twee implantaten in het frontgebied na een botopbouw 81
NA NA Wat zijn de mogelijkheden van verticale en horizontale botopbouw in het frontgebied 82
NA NA Hoe vermijd je zenuwschade thv nervus alveolaris inferior tijdens implantaatplaatsing in de onderkaak 83
NA NA Wat is platform-switch en welke zijn de voordelen ervan 84
NA NA Bespreek de mogelijke hechtmaterialen na plaatsen van tandimplantaten met hun voor- en nadelen. 85
NA NA Wat zijn de voor- en nadelen van een verschroefde brug/kroon versus een gecementeerde brug/kroon 86
NA NA Wat is het verschil tussen een immediaat belast, een vroegtijdig belast en een uitgesteld belast implantaat? (Semantiek van de belasting) 87
NA NA Bespreek de indicaties en contra-indicaties van immediate belasting van implantaten. 88
NA NA Wat is het voordeel van een ‘passive fit’ van een brug op implantaten en hoe bereik je dit? 89
NA NA Hoe reconstrueer je het mucogingivale complex van de bovenkaak om een esthetisch bevredigend emergentieprofiel te creëren? 90
NA NA Bespreek de prothetische aandachtspunten bij het vervaardigen van een suprastructuur op 6 implantaten in de bovenkaak. 91
NA NA Bespreek de voor- en nadelen van retromolaire en kinbotgreffe voor augmentatie van de kaakwal. 92
NA NA Bespreek de Summer’s techniek voor sinuslifting: techniek en indicatie. 93
NA NA Beschrijf de huidige meest voorkomende behandelprotocols bij gespleten lip-, kaak-en verhemeltespleetpatiënten = O1 94
NA NA Beschrijf de behandelprotocols voor craniofaciale microsomie = O2 95
NA NA Beschrijf de behandeling van een condylaire hyperplasie = O3 96
NA NA Bespreek de ontwikkeling van laterale en mediane cysten in de halsstreek = O7 97
NA NA Bespreek de tijdsschaal voor de chirurgische ingrepen bij schisis van lip-, kaak-en verhemelte = O1 98
NA NA Wat is de invloed van een weke verhemeltesluiting op het middenoor? = O16 99
NA NA Welke disciplines zouden aanwezig moeten zijn in een volwaardig werkgroep ter behandeling van schisis van lip-, kaak-en verhemeltespleet? = O17 100
NA NA Bespreek de embryologie en  het ontstaan mechanisme van schisis. = O1 101
NA NA Wat weet je over het bottransplantaat dat aangewend wordt bij patiënten met gespleten lip, kaak en verhemelte? = O19 102
NA NA Bespreek vroeg secundaire vs laat secundaire botgreffe voor de reconstructie van de schisis van de proc. alveolaris. = O19 103
NA NA Wat is het optimale ogenblik om een processus alveolaris te sluiten bij schisis en welke materialen worden aangeraden? = O19 104
NA NA Wat is callus distractie? Welke indicaties zijn mogelijk in het mond-, kaak- en aangezichtsgebied? = O22 105
NA NA Welke therapeutische opties bestaan er bij velofaryngeale incompetentie? Welke is uw persoonlijke voorkeur? = O32 106
NA NA Bespreek het principe van de Z-plastie en geef 3 klinische voorbeelden 107
NA NA Bespreek de zichtbare veranderingen in het gezicht door veroudering ter hoogte van voorhoofd, wenkbrauwen, jukbeenderen, neus en oogkassen. 108
NA NA Bespreek de zichtbare veranderingen in het gezicht door veroudering ter hoogte van mond, kin, onderkaak, wangen. 109
NA NA Bespreek het verschil tussen de sub-SMAS (deep plane) en de supra-SMAS (superficial) benadering van de face-necklift. 110
NA NA Bespreek de voor- en nadelen van lipofilling versus hyaluronzuurfillers voor volume augmentatie in het aangezicht. 111
NA NA Bespreek de verschillende technieken om te bepalen hoeveel huid je mag excideren bij een bovenste ooglidcorrectie. 112
NA NA Bespreek kort de verschillende voorhoofd- en wenkbrauwlift technieken. 113
NA NA Bespreek de behandelopties voor platysmabanding 114
NA NA Bespreek de indicatie voor een subciliaire versus een transconjunctivale onderste ooglidcorrectie 115
NA NA Bespreek feminisatieprocedures van de onderkaak bij transgender patiënten 116
NA NA Bespreek de liplift: indicatie en techniek. 117
NA NA Bespreek de toepassing van botulineneurotoxine type A in de cosmetische behandeling in het aangezicht 118
NA NA Bespreek de voor- en nadelen van PEEK en Titanium als alloplastische materialen bij kaakhoekaugmentatie. 119
NA NA hoe behandel je een patiënt met een postoperatieve condylaire resorptie na een BSSO? = P2 120
NA NA Bespreek de oorzaken van een anterieure open beet en technieken om deze te sluiten. = +/-P30 121
NA NA bespreek de techniek van Nélaton 122
NA NA Wat zijn indicaties om Mepivacaine te gebruiken als locaal anestheticum? 123
NA NA Bespreek de verschillen in faciale karakteristieken tussen het Apert syndroom en Treacher-Collins 124
NA NA Bespreek kort het Van Der Woude syndroom. 125
NA NA bespreek het extractiebeleid bij de ziekte van Von Willebrand = E3 126
NA NA bespreek de melanotische neuro-ectodermale tumor van de zuigeling = B14 127
NA NA wat is de behandeling van het centraal reuscelgranuloom = zie ook vraag 19 128
NA NA Bespreek de Oehlers-classificatie van dens invaginatus 129
NA NA Bespreek Gardner syndroom = B14 130
NA NA Benoem de verschillende vormen van amelogenesis imperfecta. 131
NA NA Bespreek de verschillende vormen van osteogenesis imperfecta 132
NA NA Bespreek de infantiele melanodontie - ‘black extrinsic tooth stain’ 133
NA NA Wat zijn de behandelingsopties voor een infantiel hemangioma? = +/- B17 134
NA NA Bespreek de faciale karakteristieken van het 22q11.2-deletie gerelateerd syndroom = DiGeorge = +/- zelfgemaakte extra cursus congenitale 135
NA NA bespreek de Pruzansky classificatie van hemifaciale microsomie = O2 136
NA NA Bespreek anticoagulantia beleid bij orale heelkunde = +/- E3 137
NA NA wat is de rol van p53 in het ontstaan van mondkanker? 138
NA NA Bespreek management van Acinic Cell Carcinoma van de speekselklier = +/- R13 139
NA NA Bespreek het gebruik van FISH analyse bij diagnostiek van speekselkliertumoren 140
NA NA wat is het herkenningspunt (landmark) dat level VI scheidt van level IV in de hals? = A carotis communis = H15 en H18 141
NA NA wat is het voordeel om bij maxillectomies ook het coronoïd te verwijderen? 142
NA NA wat is de lijn van öhngren? = referentielijn voor tumorclassificatie 143
NA NA Bespreek de klinische presentatie van lineair scleroderma van het aangezicht — "en coup de sabre” 144
NA NA Bespreek de maximum dosissen locale anesthetica (articaïne, mepivacaïne, lidocaïne) 145
NA NA Bespreek het belang van de Wilkes-classificatie in de behandeling van internal derangements van de kaak = +/- P2 146
NA NA Bespreek het werkingsmechanisme van Botox - werkingsduur 147
NA NA Wat zijn de indicaties van bisfosfonaten bij adolescenten? 148
NA NA Wat zijn contra-indicaties voor locale anesthesie met adrenaline? 149
NA NA Bespreek synovitis van het kaakgewricht en zijn behandeling 150
NA NA Bespreek het verschil in werkingsmechanisme tussen bisfosfonaten en denosumab 151
NA NA Bespreek een arthrocentese van het kaakgewricht 152
NA NA Welke TMD aandoeningen veroorzaken een posterieure open beet? 153
NA NA Welke TMD aandoeningen veroorzaken een ’open lock‚Äô? = +/- B5 154
NA NA Welke TMD aandoeningen verhinderen een normale mondsluiting? 155
NA NA Wat zijn Epstein parels = A8 156
NA NA Is soms een conservatief chirurgisch beleid te verdedigen bij een ameloblastoom van de onderkaak? = B14 + H46 157
NA NA Hoeveel vasoconstrictor mag er toegediend worden bij cardiaal belaste patiënten? 158
NA NA bespreek de Ramsey sedatieschaal 159
NA NA wat is de rol van de pulse-oxymeter en van de capnograaf bij IV-sedatie in MKA? 160
NA NA Bespreek midazolam en fentanyl bij gebruik voor IV-sedatie 161
NA NA Bespreek de diagnostiek en behandeling van arteritis temporalis = C1 162
NA NA Bespreek osteopetrose (ziekte van Albers Schönberg): incidentie, diagnose en behandeling 163
NA NA Wat is de behandeling van sialorroe = +/- B41 164
NA NA Bespreek de kliniek en behandeling van het basaalcel naevus syndroom (gorlin-goltz) = A14 165
NA NA Bespreek de Myrrhaug operatie: indicatie, procedure, resultaten 166
NA NA bespreek de indicaties voor een alloprothese van het kaakgewricht en de complicaties = +/- P2 167
NA NA Wat is ’ugly duckling‚Äô? Bespreek de eruptie van het definitieve gebit. 168
NA NA Bespreek het pyogeen granuloom van de huid en dat van de orale mucosa = B6 169
NA NA Bespreek de TNM classificatie van het melanoom van de huid 170
NA NA Bespreek het Waardenburg syndroom 171
NA NA Welke structuren ontstaan uit het mesoderm van de 2e en 4e kieuwboog = O7 172
NA NA Bespreek de voor en nadelen van volgende referenties in de orthognatische heelkunde: frankfurter horizontale - natural head position 173
NA NA Bespreek het syndroom van Lemièrre = complicatie van abces 174
NA NA Bespreek het fissura orbitalis superior syndroom. Wat zijn de oorzaken? Wat is de kliniek ervan? = I9 en I29 175
NA NA Bespreek de mechanische en neurogene oorzaken van verstoorde oogmotiliteit na trauma = I9 (en I13) 176
NA NA Bespreek de samenstelling en interpretatie van de Glasgow Coma Scale 177
NA NA Bespreek de behandeling van PFE (primair falen van eruptie) van hoektanden 178

5.3 Alle vragen

5.3.1 Welke criteria bestaan voor een extraorale incisie als drainage voor dentoalveolaire abcessen in de onderkaak